Moederdag

Afgelopen zondag was het weer Moederdag.. Een dag waarnaar je op vele verschillende manieren kunt kijken.. Een bijzondere dag, een commerciële dag, een emotionele dag, een dankbare dag, een confronterende dag en ga zo nog maar door.
In de afgelopen jaren heb ik deze dag op allerlei manieren beleefd en ervaren..

Voordat ik zelf moeder werd stond ik er niet zo bij stil. Ja, ik kocht iets voor mijn moeder en ging op de koffie maar ik vond niet dat deze dag nu extra bijzonder was of zo. Ik heb alle dagen van het jaar een goede band met mijn moeder en die koester ik elke dag dus waarom zou dat anders zijn op Moederdag?

Toen ik zwanger was van Femke* ‘deden we niet’ aan Moederdag. De baby zat nog in mijn buik dus ik was nog geen moeder. Prima.. ik nam alles nog voor lief en stond er wederom nog steeds niet bij stil.. Hoe anders was dat in 2011..

Moederdag 2011.. Femke* was 7 maanden dood en ik had in de week voor Moederdag net mijn eerste miskraam gehad… BAM wat is het dan ineens een K*T dag.. Ik wilde zo graag mama zijn.. en ja, ik was mama maar ik wilde de liefde van mijn kindje extra ontvangen op deze dag.. Maar dat kon helemaal niet.. Er was geen kindje en het kindje in mijn buik was er ook niet meer.. Ik vond het een verschrikkelijke dag. Ook mijn omgeving vond het moeilijk.. Hoe ging je hier nu weer mee om?

Ook Moederdag 2012 (paar maanden na de geboorte van Faith*) en 2013 (de dag voor Moederdag overleed mijn schoonvader plotseling) stonden alles behalve in het teken van moederdag.. In 2014 was ik zwanger van mijn zoontje. De zwangerschap was zo spannend en we durfde niet te geloven in een goede uitkomst dat ook nu Moederdag werd overschaduwd… ‘Eerst maar een levend kindje in onze armen zien liggen’ voordat we Moederdag gaan vieren was het idee.. Wat ik toen nog niet wist was dat 2015 alles heel anders zou lopen…

9 mei 2015 werd Fons* begraven, 10 mei was het moederdag.. Wederom zou ik geen Moederdag vieren.. Dit besef sloeg in als een bom. Weer zou er geen speciaal momentje tussen partner en kind richting de andere ouder zijn.. Ik zal echter deze Moederdag nooit meer vergeten.. Ik zie mijn schoonzus nog achterom komen.. Ze droeg een bloempotje met een plantje er in en kwam geëmotioneerd binnen.. Fons* had namelijk gevraagd of dat zij tijdens het oppassen iets voor mij wilde knutselen met mijn zoontje voor Moederdag. Zo had mijn zoontje met vingerverf een bloempot geschilderd en was er een vetplantje ingedaan omdat Fons* had gezegd: “kies maar een plantje uit die Noëlla niet dood krijgt” (ik ben namelijk een ramp met planten 😊)
Daarnaast had Fons* ons zoontje meegenomen naar de winkel terwijl mijn schoonzus aan het oppassen was. Hij had gezegd: “Wij gaan samen een cadeautje kopen voor mama.” En zo wilde Fons* dus perse onze zoon meenemen. Toen hij terug kwam was Fons* naar de zolder gegaan met een tas en toen hij beneden kwam had hij gezegd; “Zo die zijn verstopt die vind ze nooit”… Hij had zelf echter nooit de kans gehad om het cadeautje te geven. Ik liep naar de zolder maar ik wist  niet waar ik moest beginnen.. Ik vond het zo waardevol dat Fons* er moeite voor had gedaan. Dat hij perse wilde dat onze zoon mee ging en daadwerkelijk iets had gekocht.. Ik voelde mij enorm speciaal en geliefd..
Die avond moest ik iets anders van de zolder pakken en mijn oog viel op een tas die daar eigenlijk nooit lag.. Ik opende de tas en vond daar een sieradendoosje.. Ik heb met tranen over mijn wangen het uitgepakt.. Hij had oorbellen voor mij gekocht.. Ik zat aan de vloer genageld.. Wat bijzonder voelde dat.. Ondanks dat ik wederom geen ‘gewone’ Moederdag had gehad was dit wel de meest bijzondere en geliefde dag ooit.. De oorbellen zijn tot op de dag van vandaag nooit uit geweest…

Nu we jaren verder zijn merk ik dat Moederdag mij toch elke keer weer raakt. Dat ik het bijzonder vind om mee te mogen maken als moeder. Hoe gezegend ik ben dat ik door alle lange jaren heen kijkend nog moeder heb mogen worden en dat ik voor mijn kindjes mag en kan blijven zorgen. Elk jaar denk ik extra aan de wens moeders en engelenmoeders. Deze dag is en blijft confronterend.

Boos was ik dit jaar toen ik een bericht van school kreeg dat de kinderen niets meer deden maken op school omdat de gezinssamenstellingen zo divers zijn dat het eigenlijk geen doen meer was.. Wie dit besluit heeft genomen kan zich blijkbaar niet inleven in andere situaties. Wat is er mis mee als een kind twee moeders heeft? Een bonus mama of zelfs geen mama meer heeft? Leer de kinderen juist dat er diversiteit is en dat je, hoe dan ook, stil kan staan bij dit gebaar. Je kan het een commercieel ding vinden of wat dan ook maar nu gooi je de deur helemaal dicht. Moederdag kan je op vele manieren vieren maar ik durf hier hard te beweren dat elke moeder ‘teleurgesteld’ is als er helemaal niet bij stil wordt gestaan door de partner of kinderen. En nee, het hoeft niet materialistisch te zijn. Een extra knuffel en kus is al voldoende. Tuurlijk is het leuk om iets van de kinderen te krijgen. Het feit dat mijn kinderen bij oma toch iets hadden geknutseld gaf mij een liefdevol gevoel.

Hoe jij Moederdag wil vieren of juist wilt vermijden is helemaal aan jou. Probeer dit aan andere kenbaar te maken. Wat vind je fijn? Wat wil je wel en niet? Als je als engelen ouder andere kinderen hebt dan wordt er een groot deel al goed gemaakt. Echter zal deze dag ook weer extra stil worden gestaan aan de titel mama die niet elk kind hardop heeft mogen / kunnen zeggen.. Jij bent en blijft mama van je engeltje. Je engeltje maakt jou mama en vergeet niet, hij/zij maakt jou een héle bijzóndere mama..  ❤

Verloren gevecht

Sinds mijn 18de ben ik in bezit van mijn EHBO diploma. Jaar in, jaar uit bezocht ik alle herhalingslessen om mijn niveau op peil te houden. Ik leerde daar zaken die ik hoopte nooit nodig te hebben.. ‘Helaas werd ik een EHBO’er met praktijkervaring…

Die bewuste avond dat Femke* stierf had Fons* haar in de box gelegd om mij en 112 te bellen. Toen ik binnen kwam zag ik haar liggen.. Blauw en levenloos. Instinctief klopte in haar tussen de schouderbladen en legde haar op de grond. Samen met een vriendin begonnen wij met reanimeren..

Via de 112 centralist kregen we tips en trucs te horen. “mond over haar neus en mondje heen zetten en rustig inblazen. Twee vingers op borstbeen en …”.. “oh ja, dat was het verschil met de volwassen reanimatie..” Samen vochten we door…

Heel langzaam kreeg Femke* weer kleur. Ik werd aangemoedigd door familieleden om door te gaan.. Ik kan mij nog goed herinneren hoeveel hoop ik voelde toen ik haar gezichtje ‘roze’ zag worden.. Gek eigenlijk.. want ik wist eigenlijk heel goed dat ze al langere tijd was overleden door haar eerdere gelaatskleur.. En toch.. dat sprankeltje hoop in combinatie met de dichter bijkomende sirenes gaf mij kracht, hoop en doorzettingsvermogen.. Ik moest en zou doorgaan.. Vechten voor mijn kleine meid..

Het feit dat Fons* en ik samen alles gedaan hadden wat in onze macht lag, heeft ons later veel ‘rust’ gegeven. We hadden gevochten voor haar leven. Ik wist vanuit mijn opleiding dat een reanimatie vaak niet succesvol is. Ik heb mijzelf dan ook nooit kwalijk genomen dat ik haar niet heb kunnen redden. Ik ben eerder dus ‘blij’ dat ik nog iets voor haar gedaan heb. Dat ik het geprobeerd had.. Ik had gevochten maar verloren…

De eerste paar keer ging ik met lood in mijn schoenen naar de EHBO lessen. Mijn EHBO vereniging heeft mij enorm geholpen en bijgestaan in het verwerken van deze ervaring. Met hun hulp kon ik mij er weer toe zetten om deel te nemen aan reanimatie oefeningen.. Ik ben 1 op 1 begeleid door instructeurs en heb ook weer de kinder- en babypop gereanimeerd. Pfff.. wat was dat heftig.. Niet zozeer de handelingen zelf triggerde mij maar meer het ‘rollenspel’ er omheen waarbij iemand met paniek in zijn stem binnen komt met een baby die je dan als oefening moet gaan helpen.
We spraken af dat als de babypop gebruikt ging worden ik op de hoogte werd gesteld. Dat hielp mij enorm. En ja.. ik heb in het bijzijn van medecursisten gehuild.. Maar dat vond ik niet erg. Ik schaamde mij niet voor wat ik had meegemaakt. De docent in mij kwam denk ik naar boven.. Andere mochten zien wat zo’n ervaring met je doet. Ik putte er ook kracht uit en wilde er voor andere ook een wijze les van maken. “Als ik het kan bij mijn eigen dochter van 8 weken oud, dan kunnen jullie het ook in het echt’ werd mijn nieuwe insteek. Wat ik toen echter nog niet wist was dat ik een paar jaar later weer een ervaring rijker werd die ik wederom  liever niet had gehad..

Op 4 mei 2015 zag ik meteen aan Fons* dat er iets ernstigs aan de hand was. Door de gasping geluiden wist ik meteen dat zijn circulatie gestopt was. In mijn hoofd ging het meteen; “112 bellen en jij moet van het bed af!” Snel belde ik 112 met mijn mobiel en mijn ouders met de huistelefoon. Ik trok Fons* van het bed af richting het voeteneind en hij kwam met een klap op de grond.
Ik verviel in de oude handelingen. Ik controleerde de hartslag (iets wat destijds al niet meer gedaan werd) en bedacht mij ineens dat dat helemaal niet meer moest. Doordat ik dit wel gedaan had weet ik zeker dat zijn hart het nog deed en dat het probleem voor mijn gevoel in zijn hoofd moest zitten. De 112 centralist gaf aan dat hij op de grond moest worden gelegd. Ik herinner mij nog dat ik geroepen heb; “Dat weet ik, ik ben EHBO‘er!!! Ik startte de reanimatie…

Van een aantal zaken heb ik heel veel last gehad. Het zien en horen sterven van iemand die een paar tellen eerder nog tegen je sprak en je aanraakte is met geen pen te beschrijven.. Dat beeld heb ik jaren niet van mijn netvlies gekregen en heb daar uiteindelijk EMDR voor gehad. Ook het feit dat mijn zoontje, toen 9 maanden oud, wakker was geworden en in zijn bedje was gaan staan en alleen maar ‘papa’ riep heeft mij lang achtervolgt. Zijn kamerdeur stond namelijk open en terwijl ik aan het reanimeren was zag ik hem daar staan roepen..

Het duurde voor mijn gevoel heel lang voordat de ambulance er was.. Toen ze er waren hebben ze het meteen overgenomen en heb ik mijn zoontje uit bed gehaald. Familieleden belden mij op omdat ze een ambulance voorbij zagen komen. .. De woorden; “ze zijn met Fons* bezig..” was genoeg om hen mijn kant op te laten komen..

En weer was ik een reanimatie ervaring rijker.. De reanimatie zelf vond ik deze keer minder heftig dan het zien sterven van iemand. Weer ervaarde ik dat ik onder leiding van adrenaline kon doen wat ik moest doen.. Vechten.. Proberen een leven te redden.. Wederom verloor ik het van de dood…

Ook nu weer werd ik goed opgevangen door mijn EHBO vereniging en bleef ik als EHBO’er de oefenavonden volgen. Na een tijdje besefte ik dat ik mijn ervaringen wilde omzetten in iets positiefs. In 2019 volgde ik daarom de opleiding tot instructeur EHBO van het oranje kruis en sindsdien geef ik EHBO lessen bij mij op school. Het geeft mij enorm veel voldoening om mijn eigen ervaringen met andere te delen en studenten de EHBO handelingen aan te leren waarvan ik hoop dat ze de geleerde kennis nooit hoeven toe te passen.. Mocht het in hun leven toch ooit voorkomen, dan hoop ik dat ze het geleerde kunnen inzetten en het gevecht kunnen aangaan zodat zij een kans hebben om de dood te verslaan. Ik zou iedereen willen aanraden om minimaal een reanimatiecursus te gaan doen. De dood is in veel gevallen niet te verslaan maar áls je het gevecht wel kúnt aangaan, dan zal dit zeker bijdrage in je verwerking van de situatie.. Geloof mij, iets doen is beter dan toekijken..

Gevecht tegen doodsangsten

Ondanks dat ik mij zorgen maakte over Femke’s* gezondheid kan ik mij niet herinneren dat ik in de tijd echt angst heb gekend. Angst voor dat wat eeuwig is en niet op te lossen is.. de dood.

Na Femke’s* dood had ik ervaren dat in 1 seconden je leven helemaal op zijn kop kan staan. Dat wat je nu voor lief en voor vanzelfsprekend aan neemt niet zo van zelfsprekend is. De nieuwe morgen is er niet voor iedereen..

Deze ervaring gaf mij vreselijke angsten. Deze angsten werden extra gevoed door de verhalen van o.a. lotgenoten. Ook de meerdere miskramen zorgde voor angsten die ik niet met een pen kan beschrijven. Het ware letterlijk en figuurlijk doodangsten. Ik heb de dood van zo dicht bij gezien en ervaren dat je deze angsten niet weg kunt redeneren.

Wat ik nodig had was een luisterend oor en iemand die mij begreep. Ik had niets aan de goedbedoelde adviezen en kansberekeningen. Ik werd na Femke’s* dood begeleid door een vaste gynaecoloog. Deze arts had naast de routine controles ook oor en oog voor mijn gedachtes. Als ik niets vertrouwde mocht ik altijd bellen of komen. Ik mocht zelfs ooit op eerste kerstdag naar het ziekenhuis komen omdat ik minder leven meende te voelen. Ik mocht direct komen en ik werd gerustgesteld. Alles was nog oke.. Ook als ik tijdens controles mijzelf bang had zitten maken met zaken die ik gehoord of gelezen had stelde ze mij gerust. Als ik dat wilde kon ik aanvullende onderzoeken laten doen. Niet omdat de arts dacht dat er iets was, maar puur om de dokter haar woorden kracht bij te zetten zodat ik beetje bij beetje mijn vertrouwen in een goede zwangerschap kon gaan op bouwen.  Ze ging ook met mij mee om mij in te leiden met 38 weken. Er was geen medische (lichamelijke) reden voor de inleiding maar ik wilde niet het risico nemen om onnodig lang te wachten (ik had namelijk al vele verhalen gehoord van kinderen die overleden in de laatste 3 weken van de zwangerschap) Ze luisterde naar mij zorgen en handelde daar naar..

Ook de kraamzorg dacht met ons mee. Ik had gevraagd om een kraamhulp met ervaring en om iemand die wist wat te doen met mijn angsten. Ik had geen behoefte aan iemand die mijn angsten zou weg redeneren of mij zou proberen om te praten. Ik had iemand nodig die mij begreep. Gelukkig kreeg ik een top verzorgster. Het moment waarop we samen in het kraambed hebben gehuild om Femke’s* verhaal zal ik nooit vergeten. Ze hielp mij met weer een stukje verwerking..

Iets waar ik ook niet zonder had gekund was de baby sensormat. Deze mat meet de (ademhalings)beweging van de baby en geeft een alarm als de baby 10 seconden niet ademt.
De eerste maanden hebben alle kinderen op mijn kamer gelegen. De sensor gaf een knipperlichtje af als alles oke was. Ik sliep op dat lampje. Tuurlijk controleerde ik nog steeds of ze ook daadwerkelijk echt ademende maar naarmate de tijd verstreek ‘vertrouwde’ ik steeds meer in het apparaat en kon ik langzaam maar zeker beter slapen.

Dat vertrouwen is denk ik het enige wapen wat je hebt tegen de doodsangsten. Je moet leren dat het ook goed kan gaan. Ja, je weet dat het in één seconden afgelopen kan zijn en nee je komt er nooit volledig van af maar tijd en positieve ervaringen zijn het enige wat helpt. Ikzelf ben heel erg blij geweest met de technische ondersteuning die ik vond in de babysensor.

Praat over je angsten. Je bent niet ‘gek’ of overbezorgd. Het belangrijkste uit je leven is weggenomen en dan is het niet gek dat je deze angsten voelt. Laat mensen het niet bagatelliseren of jou het gevoel geven dat je overdrijft. Zoek waar nodig ‘professionele‘ hulp. Deze hulp kan zowel menselijk als mechanisch zijn. Als jij er maar een ‘goed’ gevoel bij hebt. Het moet jouw helpen om te leren omgaan met deze angsten en hopelijk kunnen ze de tijd overbruggen waarin je nieuwe positieve ervaringen opdoet die je beetje bij beetje het vertrouwen doen laten teruggeven.

Liefde overkomt je

Door de dood van Femke* en ons levensverschil hadden Fons* en ik het er samen al eens over gehad. Wat als er iets zou gebeuren waardoor één van ons alleen verder moest? We wilde beide dat de andere weer gelukkig zou worden. Dat de andere niet alleen zou blijven zitten.. We hadden het samen besproken maar ik had er eigenlijk nooit rekening mee gehouden dat het er ooit van zou komen..

Als je mij toen had gezegd dat ik binnen een jaar weer een vriend zou hebben dan had ik je voor gek verklaart en was ik waarschijnlijk heel erg boos op je geworden..

Ik had ik het al twee keer eerder gezien. Dat mensen die een partner verliezen opnieuw liefde kunnen vinden. Wat ook ‘opvallend’ was, was dat beide nieuwe relaties bekende/vrienden waren van de overleden partners. Ik denk dat dat mede heeft bijgedragen aan het vinden van nieuwe  liefde. Doordat je verleden, verdriet en gemis al bekend is bij de ander, schept dat eerder een band. Je kan er samen beter over praten en langzaam groeit die band tot meer. Dit alles gebeurde bij mij ook..

Via een dorpsgenoot leerde ik mijn huidige man kennen. Ik wist al wel wie hij was. Zijn zus was getrouwd met een vriend van Fons*. Hij woonde ook in ons dorp. Door de maanden heen werden we steeds meer bevriend en begonnen de gevoelens ook van mijn kant te komen. Wat ik wel direct eerlijk heb gezegd was; “ik wil uitzoeken of dat ik het leuk vind dat ‘jij’ op de bank ziet of dat er weer ‘iemand’ op de bank zit’. Als je je partner verlies dan leer je naast verdriet en gemis ook eenzaamheid kennen. Die eenzaamheid komt elke dag terug.. Toen mijn huidige man vaker over de vloer kwam wilde ik zeker weten dat ik gevoelens voor hem had en niet enkel mijn ‘eenzaamheid’ wilde vullen..

Naast die vraag voelde het allemaal heel erg dubbel. Was ik ál verliefd geworden? Kan dat? Mag dat? Ik vond het fijn om weer iemand om mij heen te hebben maar ging ik niet te snel? Wat zou Fons* hebben gevonden? Ik realiseerde mij wel meteen dat ik en Fons* niet uit elkaar waren gegaan omdat de liefde op was. Ik hield van twee mannen en omdat mijn huidige man dat ook accepteert is het denk ik allemaal wat sneller verlopen.

In het begin hielde we het ‘geheim’. Niemand wist dat we aan het daten waren. Het voelde alsof ik vreemd aan het gaan was. Dat hij stiekem op bezoek kwam en niemand het mocht zien. Als ik terug kijk had dat gevoel drie oorzaken denk ik. Één dat ik zelf nog worstelde met de vraag; ‘mag en kan dit al?’ Daarnaast wilde ik mijn naasten geen ‘verdriet’ doen en tot slot zat ik niet te wachten op nare opmerkingen van andere mensen.

Tijdens een carnavalsfeest flirtte mijn huidige man met mij en dat was andere opgevallen. Helaas vond iemand het nodig om dit flirtgedrag en mijn reactie daarop (ik wees het niet af..zucht..) wereld kundig te maken. Er werden zelfs de volgende dag mensen gebeld om te vragen; ‘Heeft Noëlla een nieuwe vriend?” Ik neem het deze persoon nog steeds kwalijk dat ik niet zelf heb kunnen kiezen wanneer ik mijn gevoelens en nieuwe relatie wereld kundig wilde maken. Ik merk dat als ik aan deze persoon denk de minder leuke Noëlla zelfs weer boven komt; “wacht maar, ooit pak ik je terug’ komt dan bij mij op.. Gelukkig blijft het bij een gevoel 😊 en weet ik wel beter..

Omdat er geruchten de wereld waren in geslingerd besloten wij om onze naasten te vertellen van onze relatie. Ik weet nog hoe ik met knikkende knieën vrienden en familie belde. Ze hadden ook al een vermoede gehad maar de meeste reageerde heel goed. Sommige ‘schrokken’ niet zo zeer van het feit dat ik een relatie had maar meer met wie omdat beide mannen niet zo veel gemeen leken te hebben.. Ik snakte enorm naar goedkeuring. Gelukkig kreeg ik die van de meeste. Wat ik altijd onthouden heb waren de woorden; ‘Liefde overkomt je’ Dat vond ik zo’n krachtige alles omvattende woorden.. Want zo was het.. Ik had geen advertentie gezet of was er niet naar op zoek geweest. Gezelschap ja, maar ik was niet opzoek naar de liefde. Dat ik die zo snel al weer vond was inderdaad iets wat mij overkwam.

Voor lotgenoten hoop ik ook dat je, als jij er voor open staat en het wil, nieuwe liefde kunt omarmen.
Een nieuwe liefde betekent niet dat je je overleden partner vergeet of verraad. Ook al zal je dit in het begin zeker wel voelen.. Het feit dat Fons* en ik dit samen besproken hadden voelde voor mij later als een soort van ‘goedkeuring’ van zijn kant. Ik raad iedereen dan ook aan om ook dit soort zaken te bepreken. Het helpt diegene die door moet in het leven verder geloof mij.. Je kunt als weduwe van meer dan één man houden. Zeker als je nieuwe partner open staan voor het gemis dat er altijd zal zijn en het gat dat hij niet volledig kan opvullen, hoe sterk de nieuwe relatie ook is. Liefde is op zijn krachtigst als hij sterk is in voor- en tegenspoed..

Goed praten

Het overlijden van een dierbare is altijd heftig. Het valt mij op dat we de toedracht rondom het overlijden op een of andere manier ‘verzachten’ door dingen ‘goed te praten’ of nóg ergere situaties te bedenken en dan tegen onszelf te zeggen; ‘’Het had nog veel erger geweest als of gelukkig dat het zo en zo was want anders…”

Men zegt dat het rouwen moet bestaan uit vier door elkaar heen lopende taken. Je moet het verlies aanvaarden. Je moet de pijn die het met zich meebrengt accepteren en benoemen en je proberen in te stellen op de verandering die de dood met zich meebrengt en tot slot moet je de draad van het leven weer opnieuw oppakken..

Ik denk dat dit ook hoort bij het rouwproces al zou ik zo niet weten in welke ‘fase’ dit dan hoort.
Toen ik lotgenoten leerde kennen viel het mij dus op dat we dit allemaal doen en dat ons ‘goed praten’ soms juist tegenover gestelde is als we de situaties onderling deden vergelijken.

Zo gaven Fons* en ik aan dat wij ‘blij’ waren dat Femke* bij ons thuis was overleden. Dat ze niet bij opa en oma logeerde op het moment dat ze stierf. Lotgenootjes die ik sprak waarvan het kindje niet thuis was overleden gaven aan juist ‘blij’ te zijn dat het niet thuis was gebeurd. Dát hadden ze pas erg gevonden…

Ik denk dat je dit doet om de pijn die al zo intens is te ‘verzachten’. Je wil als ouders graag weten of je kindje heeft geleden. Het was voor Fons* enorm heftig dat Femke* in zijn armen is gestorven. Hij voelde zich daar enorm schuldig over. En toch vonden wij het ook ergens juist een ‘geruststelling’. Dat als Femke* die avond hoe dan ook zou komen te overlijden dat ze dan ‘gelukkig’ wel in papa zijn armen lag en niet alleen in een groot bedje met niemand om haar heen.. Wederom, je praat het meest zwarte scenario in je gedachte om naar een ‘grijs’ scenario. Uiteraard wordt de pijn niet minder maar ergens helpt het wel in je proces.

Ook Fons* zijn overlijden deed ik en mijn naaste familie ‘verzachten’. Fons* stierf plotseling en volgens de artsen heeft hij er zelf niets van gemerkt / geen pijn gehad. Dat heeft mij enorm ‘getroost’. Hij zei altijd zelf dat hij een ziektebed niet aan zou kunnen. Ook andere mensen gaven aan dat Fons* een ‘mooie dood’ had gehad al was het 50 jaar te vroeg…

Als Fons* zou hebben geleden dan zou ik dat erger hebben gevonden denk ik. Echter realiseer ik mij ook dat ik geen ervaring heb met bijvoorbeeld een ziektebed en kan daar dus niet over praten. Ik wil ook zeker situaties van andere niet minder of juist zwaarder maken. Ik zeg altijd ieder leed is leed en het is geen ‘wedstrijd’ wie het het zwaarste heeft. Ik merk dat ik er wel eens moeite mee heb als mensen hun eigen leed vertellen en dan ‘schrikken’ en iets in de trant van ‘Ik heb lang niet zo veel meegemaakt als jij’ zeggen. Ieder huisje heeft zijn kruisje en iedereen moet er mee zien om te gaan op zijn / haar manier.

Ik zelf heb het ‘goed’ praten van de situaties nooit als vervelend ervaren. Het leerde mij relativeren en met de situaties te dealen. Probeer niet te hard voor jezelf te zijn als je merkt dat je ook situaties ‘goed’ praat. Probeer je ook niet onzeker te voelen als je merkt dat andere juist een tegenover gestelde bedenken als erger scenario. Geen enkel geval is 100% gelijk. Elke sterfgeval is heftig en zal je de rest van je leven bij je dragen. Probeer de situatie dus dragelijk te houden en als ‘verzachten’ daarbij helpt moet je dat zeker doen. Blijf je gevoelens bespreken. Het heeft mij enorm geholpen om de sterfmomenten met andere te bespreken. Samen bespraken we dan ook de ‘andere scenario’s” en dat hielp. De gebeurtenis zelf wordt dan ook beetje voor beetje verwerkt. En zo sta je stap je voor stapje weer een beetje op..  

Confrontatie

Iedereen heeft ze wel eens meegemaakt.. situaties waarin een pijnlijke stilte valt omdat er iets verkeerds wordt gezegd.. Of dat je geconfronteerd wordt met alles wat maar enigszins je pijn kan doen op zo’n moment.

Het moeilijke aan confrontaties is dat het een pijnlijk moment is voor alle betrokkenen. Diegene die iets zegt of doet voelt zich vaak zelf net zo lullig als dat jij je voelt. Soms was ik in staat om er op te reageren.. veel vaker stond ik aan de grond genageld met tranen over mijn wangen..

Een aantal ‘confrontaties’ staan mij nog heel goed bij. Tijdens de pauze op mijn werk kwam een oud collega een keer mee lunchen. Ik had haar voor het laatst gezien toen ik zwanger was van Femke*. Ze vroeg hard over tafel; “Hey Noëlla hoe is het met de bábbie”.. Ik heb nog nooit een tafel vol mensen ineens zo stil horen vallen.. niemand durfde iets te zeggen.. Ik voelde een stomp in mijn maag.. Ik zag ook de hare omdat zei direct aanvoelde dat ze iets ‘verkeerds’ zei.. Ik weet niet meer wat ik precies zei maar ze heeft wel 100 x sorry gezegd.. Niet alleen ik voelde me hierbij heel vervelend, zei misschien nog wel meer..

Een ander veel heftigere confrontatie was 1 maand na Femke* haar dood. Wij zouden Femke* begin november laten dopen. Een familie lid vroeg of ze de verjaardag van haar zoon op die dag mocht vieren. Fijn dat ze het vroeg en wij stemde in.  De dag zelf zal ik nooit vergeten.. Fons* en ik gingen er naar toe. Ik was denk ik 3 minuten binnen. Mensen aan tafel lachte en waren vrolijk.. Huh? Deze zelfde mensen zaten amper 4 weken geleden bij mij aan tafel te huilen en nu lachte ze? Waren ze vrolijk? ‘Ineens’ overviel mij het gevoel dat we vandaag een doop hadden moeten vieren en dat ik mijn dochter hier bij mij had moeten hebben.. Ik werd zo enorm boos, wanhopig en verdrietig dat ik zonder wat te zeggen ben opgestaan en naar huis ben gegaan. Fons* op het feest achterlatend..

Toen ik thuis kwam werd de klap nog groter.. Ik kwam alleen thuis en ben rechtstreeks naar haar kamertje gelopen.. Ik heb haar knuffels gepakt en ben daar huilend gaan liggen. Ik werd met de minuut verdrietiger en bozer tegelijk.. Hier lag ik dan.. En de andere? Die gingen gewoon door..

Misschien was ik ook wel boos op Fons* of jaloers. Hij kon dit wel. Hij kon wel blijven zitten en zich groot houden.. Ik niet.. Als ik terug kijk is dit mijn zwaarste moment ooit geweest. Mijn grootste confrontatie met mijzelf. Ik heb nooit de intentie of gedachtes gehad om mijzelf iets aan te doen maar sinds dat moment snap ik wel dat mensen deze gedachtes kunnen hebben. Als je dit gevoel dagelijks met je zou meedragen snap ik dat je het leven niet meer dragelijk vind..

Fons* was hier ook bang voor. Niet veel later kwam hij thuis en in de verte hoorde in hem mijn naam noemen.. Ik lag in zo’n soort roes dat ik niet kon reageren. Niet veel later vond hij mij in de babykamer. Dat was ook het moment waarop wij mijn slaapmedicatie samen hebben weggegooid. Dit wilde we elkaar (weliswaar onbedoeld) niet meer aan doen.

Een confrontatie die Fons* en ik wel samen deelde was tijdens de carnavals optocht paar maanden na Femke’s* dood. Wij stonden als publiek te kijken toen er een man met een doodskist achter zich  naar Fons* liep en vroeg; “He Fons*, en? Heb jij nog iets te begraven?”.. Ik ben nooit bang  geweest dat Fons* zijn zelfbeheersing zou verliezen maar zijn blik zal ik nooit vergeten. “Krachtig” zei hij: “Wat denk je zelf?”.. De man verontschuldigde zich en liep door. Voor ons was de ‘carnaval’ voorbij. We hadden alle moed bij elkaar geraapt om toch even te gaan maar dat werd meteen teniet gedaan. Fons* is later nog wel even naar het dorp geweest en heeft de man nog gesproken. Samen hebben ze er gelukkig goed over gepraat.

Ook bedrijven kunnen er een ‘potje’ van maken. 6 weken nadat we Femke* hadden begraven belde de DELA op. Fons* nam op en ik hoorde hem zeggen; “Nee, onze dochter is al begraven”.. Ik vroeg wie hij aan de lijn had en hij zei dat ze vroegen of dat wij onze dochter wilde verzekeren aangezien ze enkel de eerste 2 maanden gratis was mee verzekerd… Pardon?! En jij blijft zo rustig!! Ik denk dat de DELA medewerker heel blij mag zijn dat ze die dag mij niet aan de lijn had gekregen. Later, via mijn vader, hebben ze het op hun fatsoen getrokken en hebben we een excuus brief met een bos bloemen van hen gehad. Deze confrontatie is mij misschien nog wel meer bijgebleven omdat Fons* de kalmheid zelf was.. Ik kon daar nog heel veel van leren..

Wat ik het moeilijkste vind aan deze confrontaties is dat je ze niet voor kunt zijn. Je kan je er niet tegen ‘wapenen’ en je weet niet wanneer ze er aan komen. De eerder genoemde confrontaties bij nieuwe ontmoetingen met vragen zoals ‘hoeveel kinderen heb je’ die ken ik nu voortaan wel en kan ik enigszins incalculeren. Echter wordt ik ook nu nog wel eens van mijn stuk gebracht. Ik denk dat dat nu eenmaal bij je ‘nieuwe leven, de nieuwe ik’ hoort. Je hebt zo’n litteken opgelopen en die voel je regelmatig. Net zoals je een zichtbaar litteken zeer kan doen bij een aankomende regenbui.. Je voelt aan alles dat het je pijn gaat doen maar je kan er niets aan doen.

Het enigste wat je zou kunnen doen is er over praten ook met de betrokken persoon / instantie. Probeer rustig te blijven ook al is dat nog zo moeilijk. Laat je emoties gewoon  gaan. Laat je gaan en je zult zien dat het je uiteindelijk oplucht.. schouders er onder en (zucht) weer door..

Maak de dood bespreekbaar

Op 4 mei 2015 zat ik in de avond nog samen met Fons* op de bank. De volgende ochtend zat ik met de uitvaartondernemer een kist uit te zoeken.. Wat zou Fons* gewild hebben? Wij hadden door Femke’s* dood wel eens over onze wensen gesproken maar hadden nooit alle details besproken..
Wij gingen er niet van uit dat één van ons op zo’n kort termijn weer een begrafenis zou moeten gaan regelen.. Niets was minder waar..

Als iemand overlijd moet er ineens zoveel geregeld worden dat zal iedereen beamen die iemand heeft verloren. Je moet in slecht een paar dagen tijd bespreken hoe je alles wilt gaan vormgeven. Welke muziek moet er gedraaid worden? Welke kist? Bloemen? Welke rouwkaart en tekst? Wel of niet begraven met gilde eer? Pffff.. er moest zo veel besloten worden.

Waar ik heel erg mee worstelde was het feit dat Fons* en ik veel ook niet besproken hadden. Wel wist ik dat hij met Gilde eer wilde begraven worden dus dat was snel besloten. Ik heb zo goed en kwaad als het ging met onze naaste de begrafenis vorm gegeven. Soms waren er verschillende meningen waar ik een beluit over moest nemen. Wel of geen koffietafel was zo’n voorbeeld. Ik heb hierin uiteindelijk mijn eigen gevoel gevolgd. Ja, ik denk dat Fons dit op zich wel had gewild echter heb ik besloten om het niet te doen. Ik heb er mee geworsteld maar uiteindelijk gekozen voor mijzelf. Na de begrafenis van Femke* brak ik. Ik wilde rust en heb toen mijn naaste familie vriendelijk verzocht ons alleen te laten. Met die herinnering in mijn achterhoofd heb ik de knoop doorgehakt. Er kwam geen grote koffietafel met klanten etc.  Als ik er op terug kijk heb ik er geen spijt van. Wel merk ik dat ik vaak denk ‘Hadden we het maar besproken samen. Hadden we het maar vastgelegd.’ Zo ook de muziek. Ik wist wat Fons* mooi vond maar dat waren eigenlijk feest nummers en dus niet gepast. Ook hier heb ik geen spijt van maar wederom had het ‘fijn’ geweest als ik zeker had geweten of hij er ook achter had gestaan.

Wat wij ook niet hadden besproken was of we elkaar wilde verzorgen. Ik heb daar zelf geen moment aan getwijfeld. Toen mij werd gevraagd of dat ik Fons* wilde aankleden na de onderzoeken heb ik direct ‘ja’ gezegd.  Dit was namelijk het allerlaatste wat ik voor hem kon doen. Ik wilde dit wel alleen doen en er mocht van mij niemand mee. Ik ging als zijn vrouw hem aankleden.  Ik kan niet beschrijven hoe dat dat is, om je geliefde aan te kleden als het lichaam gekoeld en stil voor je ligt. Ik ben zo dankbaar dat ik dit voor hem heb kunnen doen. Het was in deze moeilijke week een moment van ‘rust’ of zo. Even samen alleen. Ik kon tegen hem praten in alle ‘rust’. Hij lag weliswaar op een plek waar je je geliefde niet wil zien maar het was voor mij zo waardevol om te mogen doen. Daarna is hij naar ons huis gebracht zodat ook andere afscheid van hem konden nemen.

Ik merkte dat ik veel ‘kopieerde’ van Femke’s* begrafenis. Dat hadden wij samen gedaan dus daar stond hij achter. Zo werd ook Fons* thuis opgebaard. Ik heb geen ervaring met het opbaren in een uitvaartcentrum maar ik vond het prettig dat ik elk moment naar ze toe kon. Bij zowel Femke* als bij Fons* ben ik vaak midden in de nacht naar ze toe gegaan. Gewoon om er even bij te gaan zitten, om te huilen en om tegen ze te praten. Ik heb het feit dat ze overleden in huis hebben gelegen nooit als nare herinnering ervaren. Het feit dat ik ze deze week zo vaak als ik wilde kon zien was voor mij zo belangrijk. Ik zou het niet anders hebben gewild.

Ik wil andere adviseren om de dood en de begrafenis wensen bespreekbaar te maken. Natuurlijk is het een ‘raar’ onderwerp om zo even tussen de soep en aardappelen te bespreken maar het voorkomt zo veel ‘extra’ verdriet en zorgen als je van elkaar wel weet wat je zou willen. Wel ben ik van mening dat de wens van de overledenen belangrijk zijn maar niet perse dicht getimmerd moet zijn. Jij als nabestaande moet er ook achter staan. Het is namelijk een heel belangrijk stukje in de rouwverweking. Het afscheid dat je gezamenlijk neemt van je geliefde echoot zo lang door in je verwerkingsproces. Het moet dus bij de overledenen en jou als nabestaande passen. Ik ben er van overtuigd dat je er samen een mooi afscheid van kunt maken want dat is wat je geliefde verdient..

Er gaat geen dag voorbij

Jaren voordat ik Femke* verloor sprak ik een buurtgenoot die vertelde over zijn verongelukte dochter. Ze zaten samen in de auto maar hulp kwam voor haar te laat. Hij zei ‘er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn dochter denk’.. Ik weet nog dat ik dacht; Zou jij daar echt elke dag aan denken? Heftig…

Ik kon mij er helemaal geen voorstelling van maken. Zou je dat echt elke dag met je meedragen?
Nu weet ik wel beter.. Ja dat doe je echt. Er gaat echt geen dag voorbij dat ik niet aan Femke* en Fons* denk. Echter is het niet zo dat ik elke dag huil of verdriet ervaar als ik aan ze denkt..

Ja, je denkt er echt elke dag aan. Het hoeft alleen niet ‘negatief’ te zijn. Je denkt vele dagen ook aan ze met een glimlach. Je denkt aan hen in een mooie herinnering. Er zijn vele spullen in huis die een herinnering triggerd als het ware. Of je nu wilt of niet ‘ineens’ komt haar naam weer voorbij. ‘ineens’ denk je weer aan een momentje tussen mij en Fons* etc.. 

En ja, het doet vaak wel pijn. Het gemis wat er is wordt elke dag een beetje groter. Je leert er wel steeds beter mee om gaan. En nee, je komt er nooit helemaal overheen. Op zware dagen lukt het niet om zonder tranen aan hen te denken. Dat vind ik niet meer erg. Ik heb geleerd dat als ik die tranen kosten wat kost binnen wil houden dat ik er alleen maar meer last van krijg. Ik krop het dan te veel op en heb mijzelf dus ‘aangeleerd’ om de emmer regelmatig te legen. Het kan helemaal geen kwaad als je even een traan laat bij het horen van een mooi liedje of het zien van een foto. In het verleden verontschuldigde in mij vaak, mocht er iemand bij zijn. Dat doe ik nog vaak wel uitspreken maar ik zit er niet meer mee. Zo heeft mijn leven zich nu eenmaal ontvouwen.. Het hoort bij mij.

Tuurlijk zit je in sommige situaties niet te wachten op een herinnering die je verdrietig maakt. Ik probeer dan ook het verdriet om te bouwen naar een mooie herinnering maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan.

Nu mijn kinderen ouder zijn merk ik dat ik mijn ‘dagelijkse gedachtes’ aan Fons* en de meiden* hardop met ze deel. Op goeie dagen vertel ik vaak een verhaal van toen ze nog leefde. Vooral aan mijn zoon vertel ik steeds vaker een leuke anekdote over zijn vader. Samen lachen we er dan even om en zo houden we de herinnering ‘in leven’. Ook met mijn nieuwe partner praat ik regelmatig over ‘oude herinneringen’. Het is ‘fijn’ om ook deze dingen met elkaar te kunnen bespreken. Ik ervaar het als zeer waardevol dat ik deze herinneringen opnieuw kan herbeleven en dat deze herinneringen er mogen zijn. Ik hoop dat dit voor andere weduwe / weduwnaars ook geld, dat ze bij een eventuele nieuwe partner kunnen en mogen praten over hun eerdere relatie.

Er gaat dus echt geen dag voorbij dat je niet aan hen denkt. Dat hoef ik een lotgenoot niet uit te leggen. Wel wil ik omstanders aangeven dat wij echt elke dag er aan denken maar dat dat niet betekent dat wij het slecht verwerkt hebben of dat het altijd als zware last op onze schouders rust. Ja het is vaak zwaar en het tekent ons leven maar zoals eerder gezegd gaat de dagelijkse gedachte niet altijd gepaard met verdriet. Onze dierbare hebben een plek in ons hart gekregen en die staat elke dag in verbinding met ons hoofd. Geen wonder dat ze er elke dag in voorkomen..

Bovennatuurlijke verwerking

Is er leven na de dood? Is er meer tussen hemel en aarde? Voor het overlijden van Femke* heb ik mij daar nooit mee bezig gehouden. Na haar dood wilde ik kosten wat koste dát er meer zou zijn..

Het is mij opgevallen dat mensen die dierbare verloren hebben ‘behoefte’ hebben aan het gevoel / idee dat er meer is tussen hemel en aarde. Dat onze geliefdes niet voor eeuwig weg zijn maar dat we ze ooit weer gaan zien als ook ons leven er op zit..

Ikzelf heb nooit in god geloofd en vandaag de dag doe ik dat nog steeds niet. Waar ik wel in geloof is dat iedereen iets heeft wat jou jou maakt. Noem het een ziel of wat dan ook. Het rare is dat Fons* en ik het zelfde hebben ervaren tijdens het afscheid van Femke*. Ze lag thuis opgebaard en na een paar dagen zagen wij dat Femke*, Femke* niet meer was. Iets wat haar , haar maakte was weg, eruit.. Uiteraard kan je dit onderbouwen met de gebeurtenissen van een lichaam dat is overleden maar toch gaf het ons een bepaald gevoel. Haar ‘zieltje’ was weg.. Waar naar toe wisten we niet.

5 maanden na de dood van Femke* zijn wij naar Derek Ogilvie geweest. Wat was dat een aparte gewaarwording. Noem het oplichting of juist een 6de zintuig maar het voelde  voor ons gewoon bijzonder. Op mijn toenmalige werk vertelde ik mijn bevindingen en ik hoorde mensen achter mijn rug om smiespelen. Wat voor onzin ik nu weer deed geloven.. Het maakte mij boos en verdrietig. Nee ik was niet gek geworden maar ik haalde hier troost uit. Of het nu waar is of niet het hielp ons. Waarom daar dan zo op reageren? ‘Wacht maar als jij ooit in mijn schoenen komt te staan.. kijken of jij er dan nog zo over denkt’ ging door mijn hoofd.. even kwam dus weer die minder leuke ikke naar boven..

Een paar jaar later zijn we nog een keer geweest maar toen gebeurde er iets heel bijzonders. Wij zaten op de tweede rij van voor en Fons* had niemand voor hem zitten. Derek liep door de zaal en was bezig met andermans reading.  Hij liep voorbij Fons* en kwam terug gelopen en ging achter Fons* staan, pakte beide schouders vast en kneep er in en zei ‘It’s oke’..  Fons* was de nuchterheid zelf maar het raakte hem diep.. Hij ervaarde het alsof hij na jaren eindelijk te horen kreeg dat hij zich niet schuldig hoefde te voelen. Dat hij, door Femke* bij zich te pakken, niet haar dood had veroorzaakt. Iets wat wij al wisten maar wat hij nog altijd niet geloofde.. Door deze simpele handeling van Derek viel er een deel van zijn last van zijn schouders. Of het nu een algemene opmerking betrof, gemeend was of niet, echt was of niet, voor ons was het echt.. Het hielp ons en wij vonden wat we zochten..

Een andere bijzonder moment was toen Fons* zelf was overleden. Een nichtje van hem verzorgde een man die een bepaalde gave bezat. Hij wist zaken over Fons* en onze overleden kinderen te vertellen die iemand die ons niet kende zou weten. Ik heb zelf bij alle informatie die hij gaf nagedacht of ik deze info niet in mijn blog’s of in de rouwadvertenties had staan.. nee.. deze zelfde man kon ook zaken aangeven die alleen Fons* van mij wist.. Hoe kon dat nou? Wat gebeurde hier nou? Zou er dan toch echt meer zijn tussen hemel en aarde? Het gaf mij wederom een bijzonder gevoel. Ergens een beetje eng maar hij gaf ook een opmerking van Fons* door: ‘Ik zorg hier voor mijn 3 kinderen en mijn vrouw zorgt daar voor onze zoon. Het is goed zo’….. Het nichtje reageerde meteen met ‘ze hebben 2 kinderen verloren’ waarom de man zei; “hij staat hier bij mij en als ik zeg dat het er 3 zijn, dan zijn het er 3…” Fons* en ik hebben altijd gezegd dat bij onze eerste miskraam ook een kindje is gestorven. Dit ‘kindje’ had namelijk al hartactie gehad en met 9 weken bleek het hartje gestopt te zijn. Wij telde naast Femke* en Faith* ook dit kindje mee en kwamen zelf dus ook op 3 uit..

Voor mij was het, zeker in het begin, ‘fijn’ om te geloven dat er meer was tussen hemel en aarde. Dat een deel van onze geliefdes niet voor eeuwig weg is. Deze gedachte bied troost in donkere dagen.

Ik vind het dan ook moeilijk als andere mensen dit onzin vinden of er negatief over praten. Of het nu waar is of onzin, als het iemand een stukje hoop, troost en houvast geeft in het gehele proces / zijn/haar leven dan zou men dat juist moeten koesteren.  Als het jou ook helpt om op zoek te gaan naar mediums of een ander soort van spirituele healing dan moet je dat vooral doen. Je moet doen waar jij kracht en/of troost uit haalt. Laat andere mensen praten. Tuurlijk is het goed als iemand over je waakt zodat je er niet in doorslaat maar zolang het je helpt is het helemaal prima. Praat er over met andere lotgenoten of iemand die dicht bij je staat. Zij kunnen je helpen om deze bijzondere dingen beter te begrijpen. Laat de bijzondere momenten goed op je inwerken.. ‘geniet’ van het moment dat je engeltje, al is het maar voor heel even, weer even een klein beetje bij je is…

Verwerking op eigen manier

Op de avond dat Femke* stierf zei een politieman tegen mij en Fons* “Hou elkaar goed in de gaten. Ouders komen hier óf sterker uit, óf ze gaan scheiden. Er zit niets tussen”. Deze woorden zijn in mijn geheugen gebrand. Deze man had gelijk en gelukkig kwamen wij er sterker uit.

Dat wij er sterker uit zijn gekomen wil niet zeggen dat wij het samen niet zwaar hebben gehad. Wij hebben elkaar echt opnieuw moeten leren kennen. Wij kende elkaar al goed maar we kende elkaar niet op het gebied van rouwen. Rouwen doet iedereen op zijn/haar eigen manier. Dat werd in het begin bij ons meteen duidelijk..

Fons* wilde direct weer aan het werk en onder de mensen komen. Ik wilde allesbehalve dat. Ik zat liever thuis te freubelen. Ik maakte in de eerste maanden na haar dood vele klei figuurtjes voor op haar graf. Ik maakte een eigen vlindersite voor haar aan en ik zat veel online te mailen met lotgenoten. Fons* snapte er niets van. Waarom bleef ik toch binnen? Ik moest er uit! Dat zou beter voor mij zijn. Ik snapte op mijn beurt niets van Fons*/ Hoe kon hij nou ‘gewoon’ aan het werk gaan? En allerlei mensen ontmoeten en spreken? Ik had al zat aan mijzelf laat staan dat ik andere ook nog moest spreken..

Vaak waren we ook bezorgd om elkaar binnen het rouwproces. Ik kreeg in de eerste maanden zware slaapmedicatie voorgeschreven om mij enigszins te kunnen laten slapen. Echter waren deze pillen zo zwaar dat er heel duidelijk bij vermeld stond dat je er niet te veel van moest innemen omdat je dan niet meer wakker zou worden. (Iets wat ik later zag als ‘kwalijke zaak’ aangezien de huisarts een rouwende moeder zulke zware slaapmedicatie had mee gegeven)  De bijsluiter bleef maar in Fons* zijn hoofd hangen. Als ik op de bodem van het verdriet zat controleerde hij altijd het doosje slaappillen om er zeker van te zijn dat ik ze niet had ingenomen. Vaak heb ik hem verteld dat ik deze gedachtes helemaal niet had maar het gevoel bleef bij hem hangen. Uiteindelijk hebben we besloten om ze weg te gooien omdat ze mij weliswaar deden helpen maar Fons* zijn gemoedsrust juist niet ten goede kwam.

Later in het proces was het soms moeilijk om met elkaar mee te gaan in de emoties van de dag. Als Fons* een goede dag had en ik een slechte dan vonden wij het moeilijk om elkaar te vinden op emotioneel vlak. Ik denk dat ik hem niet naar beneden wilde halen in zijn gevoelens. Andersom gelde dat ook. We wilde de andere niet verdrietig maken en juist in de goede dag laten blijven zitten. Echter brak ons dat op een gegeven moment op. Wij hadden elkaar zo nodig. Hoe we het precies gedaan hebben of welke gebeurtenis ons geholpen heeft weet ik niet maar op een gegeven moment vonden wij elkaar weer terug. Het lukte ons om elkaar te steunen juist als de andere een goeie dag had. Ook snapte we steeds beter hoe de andere in elkaar zat kijkende naar ons rouw proces.

Dat werd heel goed duidelijk toen we Faith* verloren. Wij hadden geleerd hoe we het ‘beste’ konden rouwen en wat de ander dan deed. Wij snapte nu van elkaar dat we er beide anders mee omgingen. Dus nu Fons* weer aan het werk ging en ik weer begon met freubelen vonden wij dat direct oke. Dit waren onze verschillende manieren om er mee om te gaan en dat was prima voor ons beide..

Het heeft bij ons best wel even geduurd voordat wij besefte dat onze rouwmethodes zo van elkaar verschilde maar dat dat niet erg was. Dat we door elkaar hierin ‘vrij te laten’ elkaar juist deden helpen. En gelukkig hadden wij ook de kracht en ervaring opgedaan dat samen praten over de meiden* en alles er omheen ons steeds dichter bij elkaar bracht. Wij hoefde elkaar maar aan te kijken en we wisten van elkaar wat we voelde en in welke looping wij op dat moment van onze emotionele achtbaan bevonden. Alles wat om ons heen gebeurde op het gebied van de meiden raakte ons hetzelfde, we ervaarde het het zelfde en gingen door alle moeilijke momenten samen heen. Wij waren lotgenoten in ons gezamenlijke verdriet. Wij waren samen twee dochters verloren en dat schept een band. Een band die eigenlijk geen enkel stel zou mogen hebben maar als je dan toch voor zo’n vreselijke gebeurtenis komt te staan dan is deze zo belangrijk om te hebben.

Ik hoop dat ook jij als lotgenoot deze warme band ervaart / krijgt. Geef elkaar de ruimte en bedenk ik in situaties dat jullie elkaar even dreigen kwijt te raken dat iedereen rouwt op zijn/haar eigen manier. Bespreek wat je fijn vind, ook als je ‘gewoon’ even alleen wil zijn, geef het aan. Hoe sterker je jezelf weet te maken, des te sterker kom je er als koppel er hopelijk ‘uit’..